BANGESCHIJTER #1: In het donker lopen.

Evelien is een bangeschijter, een angsthaas, schijtluis. Je zou denken ze dat ze met haar twintig jaar niet bang meer is in, bijvoorbeeld, het donker, maar niets is minder waar. In de serie Bangeschijter deelt ze haar angsten met de wereld, voor jullie vermaak, zodat er toch nog iets positiefs uit voortkomt.

Voor zolang als ik me kan herinneren ben ik al bang in het donker. Nee, niet zoals wanneer het licht uitgaat in de bioscoop (hállo, zo erg is het ook weer niet met me gesteld), maar zet me in mijn eentje buiten in het donker en ik ren sneller dan Forrest Gump.

Ik ben gewoon echt als de dood dat ik ooit een ‘boeman’ tegenkom. Wat voor snode plannetjes deze man in zijn hoofd heeft is voor mijzelf ook een raadsel, maar ik kan je verklappen: je wordt er niet gelukkig van. Soms voel ik zijn adem hijgen in mijn nek, soms ben ik er zeker van dat hij om de hoek staat.

En ik moet gewoon regelmatig in het donker naar de bushalte lopen, een reis van pak ‘m beet twee minuten áls ik stevig doorloop. Nou reken maar van yes dat ik dat ook doe. Om jullie even een beeld te geven: voordat ik de deur achter me dichttrek heb ik al verschillende vrienden en daarna vreemdelingen gevraagd of ze kunnen Facetimen, maar zij liggen allemaal nog te snurken in bed. Eenmaal buiten begint dan de ellende. Met een snelheid die dichtbij honderd kilometer per uur moet komen, maar voelt als de snelheid van een schildpad begin ik aan de lange weg richting halte.

Nu moet je begrijpen: deze weg heeft een aantal kleine steegjes waar ik voorbij moet lopen. En ik wéét gewoon: als je in zo’n steegje staat kan niemand jou zien, maar zie jij de voorbijgangers wel in het licht van de lantaarnpalen wandelen. Of in mijn geval: sprinten. De perfecte plek voor meneer Boeman. Per halve minuut kijk ik zeker vijf keer over mijn schouder. Vaak ren ik ook zigzaggend over straat. Dat is mijn tactiek: mocht er iemand van rechts willen komen dan kan ik zo makkelijker naar links sprinten, en andersom.

Ooit kwam ik tijdens het draven naar de bushalte een man tegen. Ik bevroor he-le-maal. Kon niet eens meer ‘help’ roepen. Misschien maar goed ook, want de beste brave man was gewoon kalmpjes zijn hond aan het uitlaten. Na ongeveer een minuut kreeg ik een benauwde ‘goedemorgen’ uit mijn keel en vluchtte ik snel door naar de bushalte. Wat een gezicht.

Je kan je voorstellen: de winter met haar korte dagen staat niet hoog op mijn lijstje van favoriete seizoenen. Wanneer is deze ellende voorbij?!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *